Ook bekend als het vrijmetselaarscijfer of "pigpen cipher". Traditioneel toegeschreven aan de Rozenkruisers. De oudst bekende beschrijving staat in De occulta philosophia (1533) van Agrippa von Nettesheim; Blaise de Vigenère nam de methode in 1586 op in zijn eigen cryptografische verhandeling.
Het cijfer werd eeuwenlang gebruikt binnen vrijmetselaarsloges om documenten geheim te houden. Tempeliers zouden een vergelijkbare variant gebaseerd op het Maltezer kruis hebben gebruikt.
Hoe het werkt: elke letter van het alfabet krijgt een positie in een van vier roosters — twee "boter-kaas-en-eieren"-roosters (#) en twee kruis-roosters (✕, ook wel Andreaskruis). De vorm van de roosterlijnen rondom die positie ís de geheime letter. Een tweede letter op dezelfde positie krijgt er een stip bij, zodat elke vorm nog steeds uniek blijft.
Zelf gegenereerd op basis van de klassieke indeling — geen roosterlijn is toeval, elke vorm volgt logisch uit de positie in het rooster.